De bevoegdheden van de Regering
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap (DG) wordt door het Parlement voor vijf jaar verkozen.
De Regering voert de decreten uit die het Parlement heeft gestemd, i.e. zij vaardigt de uitvoeringsbepalingen uit - de zogenaamde "besluiten" - voor de decreten. Zij zorgt ervoor dat de decreten behoorlijk toegepast worden en coördineert het dagelijks beleid van de Gemeenschap. Zij stelt ook de begrotingsontwerpen op waarin de verwachte inkomsten en uitgaven voor het volgende jaar worden opgenomen. In het Parlement wordt dan over de begroting gediscussieerd en gestemd.
Alhoewel de Regering de "uitvoerende macht" is, neemt zij ook deel in de "legislatieve macht": zij kan inderdaad eigen decreetontwerpen (wetsontwerpen) indienen waarover wordt beraden en gestemd.
Vier ministers vormen de Regering van de Duitstalige Gemeenschap. Bij hun politiek werk worden de ministers door een "kabinet", i.e. hun staf van medewerkers, ondersteund.
De Ministers
Karl-Heinz Lambertz, Minister-Voorzitter
Minister voor lokale besturen
Oliver Paasch,
Minister van Onderwijs, Vorming en Werkgelegenheid
Isabelle Weykmans,
Minister van Cultuur, media en Toerisme
Harald Mollers
Minister van Gezin, Gezondheid en sociale Aangelegenheden