De Belgische staatsstructuur
België vandaag :
1 federale staat - 3 Gemeenschappen - 3 Gewesten - 4 taalgebieden
Één land, drie talen
Nederlands in het noorden, Frans in het Zuiden, Duits in het Oosten- en het tweetalige Brussel. Om beter te kunnen ingaan op de culturele en regionale bijzonderheden van de bevolking bestaat de federale staat België uit Gemeenschappen en Gewesten.
Taal en cultuur - de Gemeenschappen
De verschillende talen en culturen hebben tot de oprichting van de Gemeenschappen geleid.
Hun bevoegdheden; culturele en persoonsgebonden aangelegenheden, het onderwijs en de tussengemeenschappelijke en internationale betrekkingen.
Territorium: de Duitstalige Gemeenschap omvat het Duitse taalgebied, de Vlaamse Gemeenschap het Nederlandse taalgebied en de Vlamingen in het tweetalige Brussel. De Franse Gemeenschap omvat het Franse taalgebied en de Franstalige Brusselaars.
Taalminderheden: in bepaalde gemeenten beschermen bijzondere regelingen de bevolking die niet de officiële taal van het betreffende gebied spreekt (de zogenaamde "gemeenten met faciliteiten"). Zo kunnen bv. Franstalige burgers in de negen gemeenten van de DG bestuursdocumenten in hun moedertaal ontvangen.
Economie en regionale aangelegenheden - de Gewesten
De taken van het Gewest houden direct verband met de "ruimte" - het gebied waarin de burgers leven.
Bevoegdheden: ruimtelijke ordening, milieubeleid, herstructurering van landelijke gebieden en natuurbescherming, huisvesting, het waterbeleid, verschillende aspecten van het economisch en het energiebeleid, het toezicht op de ondergeschikte besturen, het tewerkstellingsbeleid, openbare werken en het vervoer.
Territorium: het Vlaamse Gewest is identiek met het Nederlandse taalgebied. Dat is niet het geval voor de twee andere Gewesten: het Waalse Gewest omvaat het Franse taalgebied en het gebied van de Duitstalige Gemeenschap. Het Gewest Brussel-Hoofdstad omvat het tweetalige gebied rond Brussel, in het centrum van het land.
Organisatie
Elke instelling beschikt over een legislatieve en een uitvoerende macht. In de DG wordt de wetgevende macht door het Parlement, de uitvoerende macht door de Regering uitgeoefend.