Rond de geschiedenis van de Duitstalige Gemeenschap
De geschiedenis van het Duitstalige gedeelte van België is bijzonder bewogen en vooral getekend door de grenssituatie die dit gebied sinds mensenheugenis kenmerkt. Inderdaad liep de grens tussen de oude Romeinse steden Köln en Tongeren al gedurende de Romeinse bezetting door de regio.
Tot 1794, het einde van het ancien régime, behoort de noordelijke streek, het zogenoemde Eupener land, grotendeels tot het hertogdom Limburg, de zuidelijke streek (Belgische Eifel) grotendeels tot het hertogdom Luxemburg. Manderfeld-Schönberg daarentegen ligt aan het noordelijke einde van het keurvorstendom Trier.
In de jaren 1794-1795 verovert het revolutionaire Frankrijk de Oostenrijkse Lage Landen en dus ook het territorium van de huidige Duitstalige Gemeenschap
Als de Europese kaart op het Wener Congres 1815 na de nederlaag van Napoleon wordt hertekend, worden het Eupener land, de Eifel en een deel van de voormalige abdij Stavelot-Malmedy bij het Pruisisch geworden Rijnland (vanaf 1830 Pruisische Rijn-provincie) ingedeeld en vormen daar de districten Eupen en Malmedy.
Het gebied Neutral-Moresnet (Kelmis) wordt onder Pruisisch-Nederlands (vanaf 1830 Pruisisch-Belgisch) dubbelbestuur geplaatst omdat meerdere staten zijn galmeiaders opeisen.
Gedurende de eerste wereldoorlog vechten de inwoners uit Eupen-Malmedy nog aan de zijde van het Duitse Reich. Maar door het Verdrag van Versailles
1919-1920 en na een omstreden referendum worden de districten Eupen-Malmedy en Neutral-Moresnet naar België overgeheveld.
Gedurende de jaren 1920-1925 zijn de voormalige districten onderworpen aan het overgangsregime van generaal-luitenant Baltia en worden in drie gerechtelijke arrondissementen verdeeld.
Binnen de bevolking en in politieke kringen ontstaat ontevredenheid met de aansluiting aan België. Een sterke revisionistische beweging stelt de voorwaarden van het Verdrag van Versailles, dat als dictaat wordt aangevoeld, ter discussie. Door de verdragen van Locarno ziet Duitsland in oktober 1925 echter af van een gewelddadige wijziging van zijn westgrens.
Vanaf 1 januari 1926 zijn de “nieuwe Belgen” uit Eupen-Malmedy echte Belgen: de Belgische Grondwet en de Belgische wetten zijn nu ook op hen van toepassing. De Belgische staat bevindt zich echter in acute financiële nood en voert geheime onderhandelingen met Duitsland om het gebied voor 200 miljoen goudmark weer af te staan. Maar de onderhandelingen mislukken wegens het felle verzet van Frankrijk.
Het jaar 1933, toen de nationaal-socialisten van Adolf Hitler in Duitsland aan de macht komen, kan als keerpunt in de geschiedenis van de DG worden betracht. De socialisten rond Marc Somerhausen geven vanaf 1933 hun revisionistische eisen op. De revisionistische beweging in Eupen-Malmedy komt meer en meer in het kielzog van de NS-propaganda terecht; De kloof tussen de “probelgische” en de “produitse” bevolking wordt steeds dieper.
Op 10 mei 1940 begint voor Eupen-Malmedy – zoals voor België en voor grote delen van Westeuropa – het meest tragische gedeelte van de geschiedenis van de 20. eeuw. Hitlers troepen vallen het land binnen. Enkele dagen later worden Eupen-Malmedy en enkele gebiedsstroken die tot dan toe bij België behoorden, per besluit van de Führer bij het Duitse Reich ingelijfd.
De oorlogsbalans is voor het kleine gebied Eupen-Malmedy even verschrikkelijk als voor heel Europa. 3.200 van de 8.700 bij de Wehrmacht ingelijfde jonge mannen vallen op het front, worden vermist of sterven in gevangenis. Bovendien worden St. Vith en talrjke Eifeldorpen eind 1944 gedurende het Duitse offensief in de Ardennen volledig vernield. Na de bevrijding door de geallieerde troepen wordt het gebied weer onder Belgisch beheer gesteld.
Met de Wapenstilstand op 8 mei 1945 keert geen echte vrede naar de grensregio terug. Want de staat voert een zuiveringscampagne tegen vermoedelijke en echte mededaders van het nazi-regime door. De zuivering wordt door de bevolking als overdreven hard en ongegrond ervaren vermits België niet naar behoren had gereageerd op de eenzijdige annexatie van het gebied door Duitsland en na de oorlog te weinig begrip voor de specifieke situatie van de grensregio toont.
Vragen zoals de betaling van de oorlogsschade en vooral de status van soldaten die bij het leger werden ingelijfd beheersen tientallen jaren lang het naoorlogse politieke debat. Dit laatste probleem wordt pas in 1989 definitief opgelost.
In 1956 wordt met de ondertekening van de Belgisch-Duitse “septemberakkoorden “ een streep onder de tot dan toe nog open grensproblemen tussen beide staten gezet. De Bondsrepubliek Duitsland onderstreept de volkenrechtechtelijke ongeldigheid van de annexatie van Eupen-Malmedy in 1940. Een akkoord wordt bereikt over een grenscorrectie, een Belgisch-Duits cultureel akkoord en compensatiebetalingen. Daarmee wordt een tijdperk van Belgisch-Duitse verzoening en samenwerking ingeluid waarvan ook het grensgebied rond Eupen en St. Vith zeer profiteert.