Vorming en school
School
In maart 2000 hebben de regeringsleiders en staatshoofden van de EU-lidstaten zich een ambitieus doel gesteld: tot 2010 moet de Europese Unie de meest concurrerende kennismaatschappij ter wereld zijn. In de Europese context van kennis en levenslang leren komt natuurlijk een kernopdracht toe aan de school die ook in de Duitstalige Gemeenschap door de wetgever is bevestigd, met name door het zogenoemde "Grundlagendekret" van 31 augustus 1998.
De school bevordert het rijpingsproces van alle kinderen en jongeren en bereidt hen voor op een actieve en creatieve rol in het maatschappelijk leven en in het beroepsleven. Daarom moet de school kennis en knowhow doorgeven en vooral competenties ontwikkelen. In deze zin werken onze lage scholen, ons secundair onderwijs en de autonome hogeschool van de DG (vanaf 1 juli 2005).
Het Ministerie is de dienst die zich bezig houdt met de equivalentie van buitenlandse diploma's en getuigschriften, zij het voor het uitoefenen van een beroep of om verder te studeren.
Vorming
Door de talrijke veranderingen wordt iedereen gedwongen zijn persoonlijke competenties en kennis voortdurend uit te breiden. Het levenslange leren wordt altijd maar belangrijker. Het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap (DG) steunt dit niet-formele vormingsaspect door 26 erkende instellingen voor permanente opvoeding te betoelagen.
Het agentschap WIB (Weiterbildung - Information - Beratung/Opleiding - Informatie - Advies) gevestigd in het Ministerie van de DG komt op voor de gekwalificeerde persoonlijke advisering inzake opleiding. Het wordt financieel gesteund door het Europees Sociaal Fonds (ESF).